Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR7069

Datum uitspraak2004-11-30
Datum gepubliceerd2004-12-08
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200408287/2
Statusgepubliceerd
SectorVoorzitter


Indicatie

Bij brief, bij de rechtbank Middelburg ingekomen op 23 augustus 2004, en na toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht op 8 oktober 2004 ingekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ter zake van het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een beslissing van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister).


Uitspraak

200408287/2. Datum uitspraak: 30 november 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak op het verzoek van: [verzoeker], wonend te [woonplaats], om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht). 1.    Procesverloop Bij brief, bij de rechtbank Middelburg ingekomen op 23 augustus 2004, en na toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht op 8 oktober 2004 ingekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ter zake van het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een beslissing van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister). De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 november 2004, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F.C.M. van Gurp, advocaat te Goes, en de minister, vertegenwoordigd door mr. M. Piras, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen. 2.    Overwegingen 2.1.    Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan, in geval van intrekking van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van die wet worden veroordeeld. 2.2.    Ter zitting heeft verzoeker, nadat namens de minister de toezegging is gedaan dat de beslissing op bezwaar binnen één maand na heden zal worden genomen, het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingetrokken en heeft hij de Voorzitter verzocht de minister te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten. Namens de minister is ter zitting met dit verzoek ingestemd. 2.3.    Beslist wordt derhalve als volgt. 3.    Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.    veroordeelt de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke     Ordening en Milieubeheer in de door verzoeker in verband met de     behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een     bedrag van € 322,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan     door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag     dient door de Staat der Nederlanden (ministerie van     Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te worden     betaald aan verzoeker; II.    gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van     Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) aan verzoeker het door     hemvoor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 136,00) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Van Meurs-Heuvel Voorzitter    ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 30 november 2004 47-465